Frances ‘Frankie’ McGrath loopt er al haar hele leven tegenaan dat ze als vrouw veel dingen niet mag doen. Als vrouw wordt er van Frankie verwacht dat ze zich netjes gedraagt en een goede huisvrouw en moeder wordt.
Frankie’s broer gaat naar de Vietnamese oorlog en eigenlijk is Frankie jaloers. Ze is een net afgestudeerde verpleegkundige en wil ook wat betekenen voor anderen. Ze besluit haar hart te volgen en zich ook aan te melden bij het leger. Uiteindelijk lukt dat haar en reist ze naar het door oorlog geteisterde Vietnam.
Frankie is nog maar net in Vietnam aangekomen als ze ontdekt hoe heftig de oorlog is. Ze krijgt geen moment om op adem te komen en moet direct ‘aan’ staan. Je leest over de gruwelijkheden die zich destijds afspeelden, daarbij worden gedetailleerde beschrijvingen van soldaten die gewond raken niet achterwege gelaten.
Je leest echter niet alleen over de gruwelijkheden, maar ook over de sterke vriendschappen die onderling ontstaan en hoe veel mensen snakken naar een stukje liefde.
Eenmaal terug thuis bevindt Frankie zich ergens in een schemerzone waar ze maar niet uit raakt.
De gevolgen van de Vietnamoorlog en wat deze doet met de veteranen die vaak aan PTSS lijden, vrouwelijke veteranen die bij terugkomst nergens geholpen worden en met de vinger nagewezen worden, … scherpzinnig en zonder schroom worden deze onder de loep genomen.